is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheiden geweest, als had hij iets eigens van zijn baas gezien, waar hij eigenlijk niet naar had mogen kijken.

„Maar wij zijn afgedwaald," begon Fetter weer. „Wij hadden het over het tutoyeeren tusschen heeren en knechten. In het algemeen is het het beste, dat zij elkaar „mijnheeren", waardoor voldoende afstand blijft bestaan om niet gevaarlijk intiem te worden, terwijl het beiden voldoende beperking oplegt om hen te remmen, als het voor hun prestige noodig mocht zijn onbeschoft te worden. Maar hier, in de rimboe, kunnen wij moeilijk anders dan „en familie" leven. Hier zou het bewaren van afstand een dwaasheid zijn, een leege vorm. En wat mijn prestige betreft, wel: of jij straks al dan niet respect of achting voor Fetter kunt hebben, dat zal de toekomst moeten uitwijzen. Maar als mijn overwicht over mijn medewerkers afhankelijk is van het mij al of niet aanspreken met „u" en „mijnheer", dan deug ik niet voor mijn baan."

Een oogenblik hielden Fetter's grijze, nu felle oogen die van Dornik gevangen, zoo sterk en vorschend, dat hij er van schrok. Maar er toch, gefascineerd, naar moest kijken. Ook nog, toen die oogen, zich ontspannend, van hem afgleden en zich naar de verte daarbuiten richtten.

„Maar ik heb nog een ander motief," ging Fetter door, opstaand. „Ga mee!"

Zij gingen naar buiten en bleven voor het huis staan aan den kant van den weg, die om het huis heenliep. En zij keken in het dalende licht van de achter de bergruggen verdwenen zon over een groote vlakte, geheel bedekt met een dikken witten nevel, waarbovenuit alleen de toppen van de jonge boomen staken. Vóór hen werd de horizont afgesloten door de donkere bergruggen, opzij door hoog opgaand zwaar oerbosch. Beneden hen zagen zij een stuk weg, waarlangs een paar menschen gingen, van wie de stemmen klaar tot hen opklonken. De lucht, die zich als een heldere blauwe koepel spande boven dit langzaam vervagende beeld, was, waar de zon even tevoren onderdook, nog fel gekleurd: juichend purperrood en oranje, heftig geel en zacht teergroen, dat zich tenslotte verloor in een kleur, zoo fijn en ijl, dat het

2