is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

Dornik begon zich bewust te worden van licht en geluiden. Hij had het onaangename gevoel in een vreemde, hem onbekende omgeving te zijn. Maar toch kon hij niet geheel wakker worden, ofschoon hij vaag wist, dat hij moest. Nog even doezelde alles weg. En ineens was daar weer dat beeld: een eenzame man, die over een groote wijde vlakte het licht tegemoet liep, een lange schaduw achter zich aantrekkend. Hij stapte flink door en toch leek alles zoo moe aan hem, alsof bij al heel lang geloopen had en nog zoo heel ver gaan moest. Zijn gezicht was afgewend, als durfde hij niet laten zien wat hij dacht, wat hij wilde, hoopte en verlangde. Het toonbeeld van de eenzaamheid, van den mensch, die gaan móest, hoe verlaten zijn weg ook mocht zijn.

Toen schrok Dornik wakker en zat meteen recht overeind, vol van een beklemmenden angst, zich afvragend: Wat is er gebeurd, waar ben ik? Een bescheiden tikken op zijn deur bracht hem tot de werkelijkheid terug.

„Ja!" riep hij en buiten zijn deur hoorde hij iemand weggaan.

Onder het scheren, baden en aankleeden probeerde hij zijn droom weer te vinden. Hij had het gevoel, als had hij den heelen nacht steeds weer hetzelfde beleefd en nu wilde hij weten wat het precies geweest was. Maar het vervaagde meer en meer en Het alleen nog langen tijd een langzaam verzwakkend angstgevoel na.

In de eetkamer kwam de Zonde hem tegemoet met een vriendelijken ochtendgroet en de vraag of hij zwarte koffie of koffie met melk wilde. Met zijn bescheidenheid en innemenden lach had hij het vertrouwen al gewonnen van deze vrouw, die, verre van mooi of jong te zijn, iets charmants over zich had: een voor hem, als gevolg van zijn onbewust westersch superioriteitsgevoel, geheel vreemde charme, die desondanks sterk aantrok, misschien door haar rustige vrijmoedigheid, haar zelfbewuste houding en vriendelijken, toch onderzoekenden blik. En terwijl zij hem, toen hij langzaam zijn heete en wel erg sterke koffie dronk, vertelde, dat „toean" al naar het kantoor