is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het werk te gaan, waardoor zij hun prestige zullen verHezen, tenminste, als die dwang er een is, die niet voortkomt uit macht, dus uit dreiging en gescheld, maar uit hun vrees voor de onverwachte gevolgen van hun doen. Nietwaar, worden zij naar het werk gedreven met stokslagen, dan worden zij martelaars in de oogen van de anderen. Gaan zij eigener beweging, gedreven door een vrees voor iets, dat niet aanwijsbaar is, dan worden zij uitgelachen. Wel, toevallig maakte ik daareven uit een gesprek tusschen den goedang-crani en den kantoorlooper op, dat ze Dornik aanzagen voor bestuursambtenaar. Ik heb erop gespeculeerd, dat hij hier ook dien indruk zou maken. Nu weten de heeren bliksems goed, dat ik hier geen bestuursambtenaar zou brengen, als ik wist, dat zij niet meer te eten zouden hebben, ook, dat ik dat wel zal doen, als zij iets verkeerds hebben gedaan of van plan zijn te doen. En zoo duidelijk zichtbaar voor het bestuur werk te weigeren, dat durven zij wel, als zij met hun vijftigen, niet als zij maar met hun tienen zijn en daarbij totaal onverwacht voor zoo'n situatie gezet worden. Dus zijn zij hem waarschijnlijk alle tien stiekem naar hun werk gesmeerd."

Djojo was intusschen teruggekomen en was weer op zijn hurken gaan zitten met zijn bezem voor zich. Geduldig zat hij te wachten, tot hem iets gevraagd of gezegd zou worden, ondertusschen aandachtig naar de drie staande mannen opkijkend, waarbij uit de uitdrukking van zijn oogen op te maken zou zijn, dat hij zijn uiterste best deed er achter te komen waar het gesprek over ging. De kinderen, nu stil luisterend naar de stem van Fetter, waren achter Djojo gaan staan. Wilde er één al wat zeggen, dan was er direct een ander, die met een „ssjt" weer stilte gebood. Ook een paar vrouwen waren er nu bij gekomen, het kind in hun slendang al heupbewegend heen en weer wiegend, terwijl zij, ontzettend béte kijkend, in hun neus peuterden of met het loshangende deel van hun slendang wat late muskieten of vroege vliegen van het gezicht van hun baby wegjoegen.

„En, ouwe dief," wendde Fetter zich tot den hurkenden man, „wat is het nieuws?"