is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij onder den invloed van stem en houding van zijn baas.

Op het hospitaalterrein was nog geen werkman te vinden.

„De Maleiers zijn nooit zoo vroeg," lichtte Ah hem in. „Maar dat is niet erg, want ik weet wel wat er al betaald is van het werk!"

Zoo waren zij echter begonnen met opmeten, of de menschen waren er. Hoe en waar vandaan, dat begreep Dornik niet. Te minder, daar hij niemand had zien aankomen.

Al heel gauw zag hij in, dat Fetter den vorigen ochtend gehjk had gehad, toen hij hem vertelde, dat het werken met deze menschen een ware geduldsproef zou zijn. Gehandicapt door zijn gebrekkige kennis van het Maleisch, dat deze menschen daarbij nog anders uitspraken dan hij gewend was, kostte het hem heel wat moeite om kalm te blijven. Een ieder wilde het eerst aan de beurt komen en allen trachtten van zijn nieuw-zijn gebruik te maken om reeds betaald werk, soms van weken her, meegerekend te krijgen, daarbij stilzwijgend rekenende op de medewerking van Ah. Zoodat Dornik in heel korten tijd zweette, zooals hij zijn leven lang nog niet gedaan had. Dit verergerde zijn prikkelbaarheid zoodanig, dat de drift hem zoo nu en dan de baas werd. Maar toen was de situatie te eenen male onhoudbaar. Want op zijn woedende uitvallen reageerden de meesten met verwonderd kijken, alsof zij nog nooit iemand gezien hadden die driftig was, alsof zij beshst niet konden begrijpen, dat hun wijze van doen hem irriteerde. Sommigen lachten zelfs, als beleefden zij een geslaagde mop.

In ieder geval bereikte hij met zyn drift niets, absoluut niets, hetgeen niet direct bevorderlijk was voor het terugwinnen van zijn kalmte. Telkens moest hij zich het zweet van het gezicht vegen. Zijn hemd plakte hem aan het hjf. Alles wat hij aanraakte, was direct nat van zweet. O, het liefst had hij op die grijnzende tronies ingeslagen. Maar Ah, wiens keurig wit gesteven pak er nog steeds uitzag, alsof hij het zoojuist had aangetrokken, kwam hem wat te hulp:

„Mijnheer niet boos. Die lui alleen lachen. Zij niet willen bedriegen, alleen probeeren hoe dom n'eer."

Ah voelde zijn prestige over de Maleiers stijgen, toen hij zag