is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van wat zij had, daardoor ook kon haar liefde een dienende zijn, omdat zij de kracht tot dienen kon putten uit zijn achting voor haar. Maar hij, ondanks haar dienen, bleef tenslotte met leege handen staan. Ook hij hoopte voor zich op datgene, wat hij haar altijd gegeven had. Ook hij verlangde met nooit aflatenden drang naar den geest, die in hem de krachten zou kunnen wekken om te kunnen dienen, gelijk de Zonde hem deed. En zij, zij kon niet anders geven, en hoe gelukkig kon zij in haar geven zijn, dan wat leeg gebabbel en een paar deuntjes op haar harmonica.

Hij was er beu van en het maakte hem dol soms. Hij moest er ééns een eind aan maken om niet gek te worden. En hij durfde niet, hij kon zoo wreed niet zijn, want zeker was, dat, zond hij haar weg, zij, niet begrijpend, in de schrijnendste verbittering te gronde zou gaan. Maar ook wist hij, dat het ging gebeuren. Omdat hij niet anders kon.

Fetter zuchtte diep en ging met een ruk overeind zitten, zich dwingend nu niet meer te denken, zooals hij al ontelbare malen den laatsten tijd dat vraagstuk van zich af had gezet, zichzelf een lafbek scheldend, omdat hij wist, dat bij elk uitstel zijn uiteindelijke daad haar maar erger zou treffen. Erger nog. Immers, diep in zich wist hij, dat hij haar op zou offeren aan een droombeeld, dat dat offer nutteloos was, omdat het droombeeld niet te verwezenlijken zou zijn.

Hij dwong zich naar haar te luisteren. Over Djaronda had zij het. Die was gisteren avond koffie komen drinken en had verteld, dat de toean weer eens zoo'n merkwaardige opmerking had gemaakt. Dat er geesten konden verschijnen, als iemand er belang bij had dat zij kwamen.

„Heb je dat werkehjk gezegd?"

„Ja," antwoordde Fetter, nu vol belangstelling. Want datgene in hem, dat altijd bleef waken, ook als hij sliep, had hem gewaarschuwd, dat hij iets belangrijks te hooren zou kunnen

krijg™- , ,

„Maar dat kan toch niet! En je moet ook niet denken, dat de menschen maar gedacht hebben, dat er geesten waren. Want zij hebben ze gezien. Niet een man of twee, maar een heeleboel