is toegevoegd aan je favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n

„Meer openhartig dan vleiend, wat? Wat zijn intusschen je bevindingen met Cok? Als de man net zoo goed is als uit zijn referenties is op te maken, dan moet hij wel erg goed zijn.

Helmer moest even stil blijven staan om te kunnen antwoorden. Een steilen heuvel oploopen en tegelijk praten, dat ging niet al te best.

„Een fijne vent. Hij komt blijkbaar uit een goed milieu. Over zijn werk kan ik nog niet met zekerheid oordeelen, indachtig het gezegde, dat nieuwe bezems schoon vegen, maar ik heb goeie hoop, dat het wel in orde zal zijn."

En zij hepen weer door. Zooveel mogelijk langs de rondom de heuvels uitgegraven voetpaden, soms recht toe recht aan over heuvels en door ravijnen heen, beiden al gauw drijfnat van zweet en van dauw van het nog natte groendek. Hier en daar bleven zij staan en bespraken maatregelen inzake ziektenof onkruidbestrijding, drainages en dergelijke. Soms werd Fetter aangetrokken door een enkelen boom.

„Dat wordt wat goeds," kon hij dan zeggen. „Daar zullen wij beslist plezier van beleven. Die doet sympathiek aan."

Hij lette overigens eigenlijk heel niet zoo erg op zijn omgeving. Wel reageerde hij direct, als er iets was, dat de harmonie van het geheel verstoorde. Hij wist soms niet dadelijk wat het was, dat die harmonie verbrak, maar bleef er dan net zoo lang naar zoeken, tot hij het had. En juist omdat hij niet voortdurend ingespannen zocht naar ongerechtigheden, kostte hem de wandeling heel wat minder inspanning dan Helmer, die er steeds op verdacht was, dat er iets zou kunnen zijn, dat verkeerd was. Zoo kwam het, dat Fetter soms moest glimlachen, terwijl hij tegen den breeden rug voor hem aankeek, omdat er zoo duidelijk aan te zien was, dat de man zich voortdurend afvroeg, wat er achter hem wel gedacht en gezien werd.

Zij kenden elkaar al lang: van den tijd af, dat zij assistent waren op naast elkaar gelegen ondernemingen. Helmer had daar den naam gehad van bijzonder goed en hard werker en hij zou het waarschijnlijk ook wel gauw tot administrateur hebben gebracht, ware hij niet verliefd geworden op de vrouw van zijn baas. Fetter schudde het hoofd, nu hij er weer aan dacht.