is toegevoegd aan je favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch heusch niet veel gedronken heeft, maar dat Hjkt mij nog geen reden om een pak slaag op te loopen."

„Neen, maar wel om zich heel erg onlekker te voelen. Overigens simuleert hij ook wel wat, denk ik. Daar is hij het type voor. Maar in ieder geval is er geen enkele reden tot ongerustheid."

„Vreemd," vond Fetter. „Hij is er de man niet naar om dergehjke uitspattingen uit te lokken. Verder begrijp ik niet waarom zij hem zoo zachtzinnig behandeld hebben, nu ze hem toch te grazen hebben genomen."

Hij nam Betterman weer mee terug, installeerde hem bij zich thuis op den divan en vroeg hem precies te vertellen wat er gebeurd was.

Hij was 's morgens vroeg eerst naar de kampong gegaan en vandaar, dwars door, naar de plaats waar de aardschuivingen werden opgeruimd.

„Samen met de menschen, die daar werken?"

„Neen, die zijn langs den weg gegaan. Zij beweren, dat dat korter is."

„Dus, je was heelemaal alleen?"

„Ja, toen ik eenmaal om den heuvelrug achter de kampong was, wel."

Op het pad om den volgenden rug hadden drie mannen zitten wachten, die vroegen of zij vandaag mochten mankeeren. Dat waren Ismaïl, Asik en Matnoer. Zij waren voor hem gaan zitten, naast elkaar, en hij was juist bezig een briefje voor hen uit te schrijven om er mee naar het kantoor te gaan, toen een van hen riep: „Ajo". Toen hadden de twee uitersten hem ieder bij een been gegrepen, terwijl de middelste was opgesprongen en hem een vuistslag in het gezicht had gegeven, zoodat hij languit achterover was gevallen. Verder herinnerde hij het zich niet erg goed meer. Hij had als een razende geslagen, getrapt en gebeten en tenslotte hadden zij hem losgelaten en waren zij hard weggeloopen. Een beetje versuft was hij toen naar het huis van Fetter gegaan, waar de Zonde hem in de gelegenheid had gesteld om zich te wasschen en schoone kleeren aan te doen.

„Heb je wel eens wat met een van die menschen gehad?"