is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Lang geleden?"

„Neen, misschien vijf minuten."

Fetter stuurde Hamid en AH naar de plaats, waar Betterman aangevallen was met de opdracht nergens aan te komen, er voor te zorgen, dat er niemand in de buurt kwam en er te blijven tot de komst van de politie voor het onderzoek. Toen reed hij weg, naar Aek Haroem, waar de politie-post was en waarheen dus de drie mannen ook wel gegaan zouden zijn. Goed, dat ik niet met de auto ben, dacht hij, vol gas gevend. Anders zouden zij mij hooren aankomen en zich kunnen verstoppen. Het driftig zware motorgeronk weerklonk dreunend en onheilspellend tegen de afgravingen, waar hij langs vloog, wat Fetter even deed genieten van zijn wilde vaart, zoodat hij eigenlijk met te groote snelheid de bocht inging en er maar net goed doorkwam zonder te slippen. Dat bracht hem weer tot bezinning, temeer daar hij de drie kerels een eind voor zich zag loopen; verschrikt vlogen zij, voor wat daar met zoo angstwekkend geluid aan kwam vliegen, opzij. Vlak naast hen stond hij stil, sprong van den motor, dien hij eenvoudig om het vallen en vloog, ineens alle zelfbeheersching vergetend, woedend op de drie af.

„Jelui lafbekken," en een lag er tegen den grond, „om met zijn drieën één man aan te vallen," nummer twee vloog om, „ik zal jelui helpen," en de derde viel over de twee andere heen.

„Vooruit, sta op, hondentuig. Als jelui werkelijk mannen bent, val mij dan aan."

Beduusd en stil door het totaal onverwachte van dit gebeuren, krabbelden de drie mannen op en gingen op hun hurken zitten in angstige afwachting van meer. Fetter was echter al bedaard en ergerde zich over zichzelf deze menschen geslagen te hebben. Hij wist het immers, dat ze niets terugdeden.

„Vooruit, sta op. Neem dien motor op en duw hem naar de pont. Neen, voor mij uitloopen. En vlug wat."

Op de gierpont staande, kon hij, hoe ook in beslag genomen door het raadsel, waarvoor hij stond, niet nalaten met trotsche vreugd op te kijken naar de brug, die daar hoog boven de rivier twee tegenover elkaar gelegen heuveluitloopers verbond en