is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich als een solied stuk mooi bouwwerk afteekende tegen de lucht. Meer dan in de ondernemingen zelf, de gebouwen, de wegen, zag hij in deze brug de vormwording van zijn werk, van zijn streven, van datgene, dat na hem zou blijven en van nut zou zijn, ook dan nog, als de naam Fetter al lang vergeten zou zijn.

Bij den politiepost toonden de aanwezige agenten maar matige belangstelling.

„Hier zijn drie menschen, die een klacht komen indienen tegen mijnheer Betterman wegens slaan," lichtte Fetter hen in.

„Saja. Maar wie heeft geslagen?"

„Ik."

„Lo! En u zegt, dat..."

„O, dat doet er niet toe. Maar kunnen jelui direct bericht sturen naar Laboean Doekoe, dat mijnheer Betterman is aangevallen en dat ik om een onmiddellijk onderzoek verzoek. Het is dringend."

„Maar... Ik ben maar dom. Misschien begrijp ik mijnheer niet goed."

„Hoeft ook niet. Als jelui deze menschen maar hier houdt en als een van jelui dit briefje maar gaat bezorgen. Nu, onmiddellijk en dadelijk."

„Tidak bisa."

„Mooi is dat. Waarom niet?" vroeg Fetter, ongeduldig wordend.

„Omdat wij geen vervoermiddel hebben. Als u de auto wilt huren van den radja hier, dan kan het."

„Hier, jij daar. Ik heb jou dikwijls motorfiets zien rijden. Jij neemt mijn motor en gaat naar Laboean Doekoe."

„Dat kan niet. Ik ben hier commandant en mag mijn post niet verlaten. Ik kan alleen twee van mijn manschappen sturen."

„Goed. Luister nu eens. Ik laat mijn motor hier staan. Er zit genoeg benzine en olie in voor den rit heen en terug naar Laboean Doekoe. Ik ga nu terug, omdat ik de kebon niet kan verlaten. Gebeuren er nu in den loop van den dag ongelukken, bijvoorbeeld, dat er iemand vermoord wordt of zoo, dan ben jij, en jij alleen, daarvoor verantwoordelijk. Begrepen?