is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Rund, lach als je begraven wordt. Zie je niet, dat het een drama is? Wat nou weer?"

„De huishoudster van mijnheer Forbes is net gekomen. Hij laat vragen of je hem kunt helpen aan een blikje appelen op water. In de kedai zijn er niet meer."

,,'t Is hopeloos. Dornik, als je niet uitscheidt met lachen, dan wurg ik je." En tegen de Zonde: „Zeg maar, dat ze naar de hel kunnen rijden. En geef mij koffie. Want ik moet weg."

Fetter stond op, het Dornik zitten en ging naar voren. Een kwartier later reed hij weg. Wat kan er nu nog gebeuren? vroeg hij zich af. Betterman en Dornik zijn veilig. Blijft over de mogelijkheid van een overval op de kedai of op het kantoor. Daar komen zij wel niet gauw toe, maar je kunt nooit weten. Daarom stopte hij even bij de pohtiepost in de kampong Aek Haroem en wist gedaan te krijgen, dat er op de kebon gepatrouilleerd werd. Toen in razende vaart naar Laboean Doekoe. Maar halfweg moest hij stoppen. Daar was een brug opgebroken. Zuchtend stapte Fetter uit. Wat voelde hij zich beroerd en moe. Nu hij, na het harde rijden, stil stond, viel de broeierige hitte hem benauwend op het lijf. En nu dit weer. Maar zuchten en zich rot voelen hielp niet. De menschen, die er werkten, een handje helpend, had hij na een kwartier met wat planken en balken twee loopplanken hggen, waar hij voorzichtig overheen reed onder het angstig toekijken en de kreten van „opgepast", „rechts", „links" van de werklieden. Toen hij er overheen was, interesseerde het hem niet in het minst, dat het maar heel weinig had gescheeld of hij was met zijn wagen omlaag gegaan. Hij bedankte de lui voor hun hulp en zei hun er rekening mee te houden, dat hij straks weer terug zou komen.

Nu ging alles verder vlot. Het districtshoofd was bijzonder gewillig, omdat hij al gehoord had, dat er gevaarlijke elementen op Sebrang Batang zaten. Goed zoo, dacht Fetter. Ik snap die plotselinge medewerking wel niet, maar in ieder geval zal ik er gebruik van maken. De „sersan" oftewel de politiecommandant, een fijne vent, zooals de kebonners hem noemden, die alleen maar niets te vertellen had, kreeg de noodige instructies en reed kort daarna af met twee motorfietsen met zijspan, vol