is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opleg, omdat hij dat bestuursmirakel niet heeft laten verdrinken. Liters zwarte koffie moet ik. En vraag dien idioot of hij wil eten."

„Wat moet ik hem dan geven? Jij hebt alles opgegeten. Zelfs voor mij heb je niets overgelaten."

„Dat kan mij niet schelen. Dan geef je hem maar een tinnetje. En dan hoop ik, dat er vergif in zit."

Fetter had den vorigen dag, tusschen de drukte door, nog een brief geschreven aan het bestuur en de arbeidinspectie over den aanval op Betterman en zijn drastische maatregelen en die brieven meegegeven aan de, juist dien dag, vertrekkende post. Hij verwonderde er zich nu over, dat de controleur dien brief al zou hebben gehad. Dan moest er wel iets heel bijzonders met de post gebeurd zijn.

„Hallo, mijnheer Valenteijn," groette Fetter hartelijk, den controleur een hand gevend. „Hoe maakt uhet? Fijn, dat ik u weer eens zie," zichzelf intusschen vuilen huichelaar scheldend.

„Goed, mijnheer Fetter. Dank. Het spijt mij, dat ik u uit uw middagslaapje heb moeten halen, maar het is nogal belangrijk, ziet u."

„Niet erg. In ieder geval van geen belang in vergelijking met den tocht, dien u heeft moeten maken om hier te komen. Heeft u al gegeten? Nog niet, natuurlijk. Mag ik wat voor u klaar laten maken?"

„Neen, dank u. Doet u geen moeite. Wij eten nooit zoo vroeg. Daarbij moet ik direct door naar Laboean Doekoe."

„Goed. Wat te drinken dan?"

„Dat graag. Een glas ajer djeroek, als het mag."

„Fijn. En een sigaar? Of een sigaret?"

Fetter bestelde het citroenwater, maar vergat het eten af te zeggen. Na een sigaret aangestoken te hebben, begon de controleur nogal formeel:

„Mijnheer Fetter, ik ben hier in opdracht van den assistentresident."

Fetter knikte en dacht: ziezoo, nu begint het gemier.

„Ik kom eens informeeren naar wat hier eigenlijk gebeurd is. U heeft, zonder het bestuur daarin te kennen, plotseling,