is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, maar hij zegt totaal niets. Ik heb van alles geprobeerd om die drie aan het praten te krijgen, maar zij zeggen niets. Ook niet, als zij alleen worden gelaten."

„Verder?"

„Nu pas heb ik uitgevonden, dat Abdoel Hamid hier een week lang is geweest en gewoond heeft bij een vrijen Javaan in de Maleische kampong naast het hospitaal. Hij kwam eiken avond hier en is direct gevlucht, toen wij al die menschen hebben opgepakt en weggezonden."

„En nu is hij natuurlijk spoorloos verdwenen. In ieder geval dank ik je voor je inlichtingen en houd mij aanbevolen voor meer."

De sersan nam de sigaar op, die hij voor zich op Fetter's schrijftafel had neergelegd, deponeerde die voorzichtig in zijn kepi, ging stram staan, salueerde en verdween.

Nu hij afwist van het bezoek van Abdoel Hamid, kon Fetter al gauw, met de hulp van heel voorzichtig ingewonnen inlichtingen, waarvan hij intusschen nooit getuigenissen kon maken, omdat de betreffende menschen dan vergeten waren wat zij eerder hadden losgelaten, de ontwikkeling van het heele geval reconstrueeren.

Abdoel Hamid was indertijd als contractant uitgekomen en had direct de aandacht getrokken: een knappe verschijning, altijd keurig gekleed en daarbij bijzonder beleefd. Hij sprak Maleisch als geen andere Javaan, zat blijkbaar heel goed in het geld en werkte nooit. Wel was hij altijd present, maar zijn dagtaak werd door zijn kameraden afgemaakt naast die van henzelf. Al heel gauw had Fetter gemerkt, dat hij het kamponghoofd van Aek Haroem van vroeger moest kennen en met dien ouden heer heel erg bevriend was. Verder ontstond er een groeiende onrust onder het volk sedert zijn aanwezigheid. Zelfs bleek, dat er verschillende lui 's avonds bij heldere maan geoefend werden in het klewangvechten. Maar tegen den man zelf was en bleef niets aan te voeren. Hoe voorzichtig Fetter ook te werk ging, nooit was de man te vangen; Abdoel Hamid was en bleef Fetter te slim af, waarbij dan nog kwam, dat iedereen den man hielp, omdat zij blijkbaar uiterst bang voor hem waren.