is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar het liep een beetje anders af dan Fetter voorzien had.

Zij hadden, ieder op zijn beurt, beleefd geïnformeerd naar des controleurs welstand, naar de gezondheid van zijn vrouw en naar het aangename van zijn rit. Valenteijn was een beetje wit geworden om zijn neus: vanwege de zweetlucht van onze mooie pakeans, had Habekuk gezegd. En zij hadden groot opzien gebaard bij beklaagden, djaksa, politie en toeschouwende Maleiers, die al gauw in drommen rondom de politiepost stonden.

De eerste beklaagde, die eigenlijk minstens tien dagen had moeten hebben, kwam er af met een gulden boete. Hij had den controleur uitbundig bedankt en met den zwier van een grande een gulden op tafel gegooid. De tweede werd vrijgesproken bij gebrek aan overtuigend bewijs.

En met den derde gebeurde het. Het was een man van Kajoe Kapoer, een man, die nooit mankeerde en dagelijks tweemaal zooveel werk verzette als de beste van de anderen. Maar de vent was grenzeloos brutaal en veroorloofde zich telkens weer de vrijheid eenieder ongezouten dat te zeggen, wat hij voor waarheid hield. Daar moet wat aan gedaan worden, had Helmer gedacht, toen hij het beleefde hoe een mandoer verteld werd, welk een mindèrwaardig sujet hij wel was. Helmer had een vechtpartij weten te voorkomen en besloten den man naar de rol te brengen.

Met een volkomen gesloten gezicht had hij de ondervraging ondergaan, het hem ten laste gelegde volmondig erkend en de uitspraak van een boete van een rijksdaalder aangehoord. Maar hij bleef zitten.

„Soedah," had de controleur gezegd.

„O, neen," had Kariman onbewogen geantwoord, terwijl hij er eens gemakkelijk bij ging zitten, zijn beenen over elkaar sloeg en zich een enorme klobot in den mond stak. „Een ringgit is veel te veel. Een gulden is voldoende."

„Een ringgit of vijf dagen zitten," had de controleur een beetje ongeduldig geantwoord. „En daarmee afgeloopen. Volgend geval."

Kariman stond op en den controleur den zwaren, met wie-