is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen. Het komt natuurlijk toch wel uit, maar als wij onzen mond houden, dan blijft het binnen de bestuurskamer en dan komt hij er wel af met een officieele sadja. Dus, wee jelui gebeente, als het uitlekt."

„Alles goed en wel," had Betterman opgemerkt, „maar vind je het niet gemeen, dat hij dien kerels, die mij aangevallen hebben, een week geeft en dezen man, die even een grooten bek tegen hem heeft, laat boeien en afrossen?"

„Ja, ik geef toe, dat het hoogst onrechtvaardig is. Maar er zit toch ook nog een ander facet aan het geval. Als jij een klap krijgt, voel jij het en ik niet. Hoogstens kan ik probeeren mij voor te stellen wat jij voelt en dan nog alleen, als ik zelf wel eens een klap heb gehad. Dat geldt zoowel voor de psychische als voor de physieke uitwerking van dien klap. Wel, toen Valenteijn jouw geval behandelde, had hij er geen flauw vermoeden van wat die aanval voor jou geweest is en nog is. Ten eerste omdat hij bevooroordeeld was, ten tweede omdat hij het nooit aan den lijve ondervonden had. Dus oordeelde hij jouw voorstelling van zaken overdreven en probeerde hij rechtvaardig te zijn door dien kerels een week te geven. Nü zou hij wel anders doen.

Omgekeerd echter begrijp jij niet, dat de opdonder, die Valenteijn heeft gehad, relatief veel en veel harder is aangekomen dan de rammel, dien jij te incasseeren hebt gehad. Omdat jij door dien aanval niets minder bent geworden, eerder rijper door ervaring, terwijl Valenteijn, die zich met zijn controleursjasje plus de noodige politie bij zich volkomen onaantastbaar achtte, plotseling alle waardigheid kwijt was. Jij zult door niemand uitgelachen worden, hij door eenieder, die er van hoort."

„Goed, maar daarvoor is hij toch bestuursambtenaar, om rechtvaardig te blijven."

„Je vergeet, dat er in dat ambtenaarsjasje een mensch zit. Als het een kerel was geweest, dan had dit incident zich nooit voorgedaan. Het is echter maar een gewoon huis-, tuin- of keukenmensch, die zich al dien tijd, sedert hij een titel had, gepromoveerd achtte tot kerel. En begrijpelijkerwijs is hij het meest geschrokken van het feit, dat zoo'n gewone koelie door