is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zooals u wilt, mijnheer Kraus. Ik zal met genoegen de degens met u kruisen. Waar u maar wilt. Omdat mijn schild onbevlekt is en u waarschijnlijk een tegenstander bent, die de moeite waard is. Maar ten eerste is mijn kantoor voor speciale besprekingen boven, omdat ik het nooit prettig vind mijn tegenstanders af te moeten maken in tegenwoordigheid van mijn personeel; ten tweede is het daar koeler, zitten wij daar makkelijker en worden wij er door niemand gestoord; ten derde worden er geen alcoholica geserveerd, omdat ik het erg op prijs zou stellen, als de heer Kraus voor honderd procent de beschikking had over zijn mentaal vermogen."

„Mijn inlichtingen blijken in zooverre juist te zijn, dat u durft. Dat kan ik apprecieeren. Dus, het eerste punt is u." En hij hief de hand, als bracht hij den degengroet, die op gelijke wijze door Fetter beantwoord werd.

Zij hepen naar boven, terwijl de auto langzaam achter hen aankwam. Fetter bracht hen om het huis heen naar de buiteningang van de klamboekamer en noodigde de heeren naar binnen te gaan. Het was er, nu de kamer nog geen zon had, heerhjk koel, terwijl het gedempte hcht, nu veel meer dan 's avonds, een rustige sfeer gaf. Alvorens te gaan zitten, liep Kraus langs de boekenkasten en keek hier en daar naar de titels, door de ruiten op de boekenruggen leesbaar. Toen wendde hij zich om, bekeek de kamer in zijn geheel en zag de tjempakka poetih staan op de schrijftafel. Een enkele teer witte bloem in een zilveren vaasje. Hij ging er heen, nam het vaasje voorzichtig tusschen duim en wijsvinger op en liep er mee naar het hcht. Een oogenbhk stond hij zoo te kijken, geheel verdiept in het fijn smettelooze fluweel van de zoo brooze witte, roosvormige bloem. Toen wist Fetter, dat hij te doen had met een mensch, die veel geleden had, die veel negatiefs in en buiten zich overwonnen, die veel gegeven had.

Kraus zei niets en zette het vaasje weer terug. Hij ging zitten en zag er ineens wat moe uit.

„Mijnheer Fetter, zooals ik u al gezegd heb, zal dit een zeer ernstig onderhoud zijn, in den loop waarvan u een paar zeer harde noten te kraken zult krijgen. Ik wilde daarom dit gesprek