is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gesprekken met den controleur en den arbeidsinspecteur?"

„Dat kan," antwoordde Fetter, terwijl hij belde. En toen Hamid verscheen, gaf hij hem opdracht Ali de gevraagde copieën te laten maken.

„Ik geloof nu alles wel begrepen te hebben," ging Kraus door, zijn pijp uitkloppend. „Op misschien enkele kleinigheden na. Achter het geval staat echter een vraagteeken. Daarop moet ik straks nog even terugkomen, omdat mij dat vraagteeken nogal belangrijk voorkomt. Maar laten wij nu eerst de andere kwesties afdoen. Het zou mij heel niet verwonderen, of wij komen dat vraagteeken ook daar tegen."

Achtereenvolgens werden nu allerlei vraagstukken afgehandeld over concessies en schadevergoedingen aan de Maleische bevolking, over enclaven in reeds toegestane terreinen en het onderhoud daarvan, wegaanleg over vrije gronden, het bouwen van de brug dwars over den openbaren weg, het dobbelverbod voor Maleiers op de ondernemingen, het gebruik van het hospitaal door de bevolking en wat dies meer zij. Dank zij het uitgebreide archief van Fetter over allerlei gesprekken met allerlei menschen, inlanders en Europeanen, kon het meeste al gauw tot klaarheid worden gebracht. En het bleek, dat Fetter van alles en nog wat de schuld had gekregen. Dat hem beweringen en handelingen in de schoenen waren geschoven, waar hij nooit van gedroomd had, dat hem bedoelingen waren toegedicht, waarvoor hij zich diep geschaamd zou hebben, dat hij politie en ambtenaren gebracht zou hebben tot de meest onwaarschijnlijke privé-diensten. In één woord: het was een warnet van... misverstanden.

„Dat is een gevaarloos woord," had Kraus gemoedelijk opgemerkt. „U bent echter niet heelemaal vrij te pleiten van schuld, wat betreft het ontstaan van die misverstanden. Immers heeft u zich geen bliksem gelegen laten liggen aan de meening van anderen, noch aan hun persoon of hun persoonlijke ijdelheidjes. Te hooge eischen stellen aan de onzijdigheid van den ambtenaar gaat nu eenmaal niet. En daarvoor moet u boeten."

„Mijn redeneering van daareven was dus zoo gek nog niet," merkte Fetter ondeugend op.