is toegevoegd aan je favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrees om het hart was geslagen voor nog meer gezwollen kaken en mislukte dinertjes. Toch knapte hij gedurende die week al belangrijk op. Het drukke leven in de stad, het geroezemoes in het hotel en vooral het praten was hem steeds meer een ontspanning. Het kon hem niet meer schelen, dat men zijn gezelschap zocht om zijn naam of omdat er misschien wel wat aan hem te verdienen zou zijn en niet om den mensch. Die het deden, gaven hem de gelegenheid om te praten, te praten en nog eens te praten. Soms tot laat in den nacht. Het kostte hem ontelbare biertjes, borrels, lunches en diners met daarbij de noodige flesschen wijn. Hij schold zichzelf voor kletskous en oud wijf. En dat deden zijn toehoorders waarschijnlijk ook. Maar voor dat alles kon hij praten en dat maakte hem den kop hoe langer hoe helderder en deed hem hoe langer hoe meer plezier krijgen. Zijn eetlust nam schrikbarend toe en slapen kon hij, zooals hij niet meer wist, dat een mensch slapen kan.

Toen de tandarts eindelijk klaar was en tot zijn verwondering zoo maar een chèque kreeg over het volle bedrag van de rekening en dat nog wel zonder één aanmerking, trok Fetter de bergen in en ging in het drukste hotel zitten. Wel mat hij zich direct een verkoudheid aan, waaraan hij weer een week moest spendeeren om die weer te overwinnen, maar hij voelde zich zoo opgewekt en gezond, dat hij zich noch door het hoesten, dat veel op blaffen leek, noch door een voortdurend verstopten neus en tranende oogen uit het veld het slaan.

Ofschoon hij zich in het register had laten inschrijven als reiziger, wist men na een dag al wie en wat hij was. Waarover Fetter zich nogal verwonderde, omdat er niemand in het hotel was, die hem kende. Totdat hij, langs de garage komend, Sastro in druk gesprek zag met een stel andere chauffeurs, die met intense belangstelling luisterden. Toen ging Fetter een hcht op. Chauffeur te zijn van zoon klein wagentje, des te kleiner nu tusschen al die dure en groote locomotieven in, dat was al erg genoeg. Maar dan nog een toean te hebben, die alle hem toekomende belangstelling van de hand wees door zich reiziger te noemen, dat was voor Sastro te veel. Dus her-