is toegevoegd aan je favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelde hij dat zoo gauw mogelijk door aan die opschepperige kerels eens duidelijk te vertellen wie en wat zijn toean was: dat niet een van hen met zoo'n duren wagen Sastro's kleine karretje voorbij zou kunnen komen, als zijn toean aan het stuur zat en dat hij, Sastro, meer salaris had dan twee van zijn, in stijgende bewondering luisterende, toehoorders.

Na een dag of vijf merkte Fetter, dat hij gezelschap begon te mijden en steeds minder plezier had in wandelingetjes met dames, die haar, meestal verre van gracieuse, bekoorlijkheden met zoo weinig mogelijk kleedij bedekten om zooveel mogelijk van de prikkelende berglucht te profiteeren, dat het hem begon te vervelen om 's avonds in een gemaakt vroolijke club naar het dansen te kijken. Hij ging er nu meer alleen op uit en maakte urenlange wandelingen, tot hij ook daarvan genoeg kreeg. Daarvoor zat hij niet hier. Die wandelingen kon hij op de kebon ook maken. En het klimaat? Ja, als een enkele dag de zon eens helder scheen en de bergen blauw en in scherpe omlijning afgeteekend stonden tegen een stralenden hemel, dan was het een onbeschrijfelijk genot de sprankelende lucht in te ademen. Maar meestal mistte het en werd het 's avonds armoedig kil.

Totdat hij zichzelf een completen idioot vond en zich afvroeg hoe hij het prettig had kunnen vinden tusschen al deze zich vervelende en roddelende menschen, die mondain probeerden te doen en zoo duidelijk heten merken, dat zij zich voortdurend bewust waren van hun, speciaal voor de kou gemaakte, kleeren. En toen hij op een ochtend in zijn kil aanvoelenden stoel ging zitten om zijn, nog maar even warme, koffie te genieten en naar de in de wolken verscholen bergen keek, had hij er genoeg van.

Na het ontbijt liet hij de rekening komen, waarop de manager overmatig beleefd kwam vragen of hij zich geamuseerd had en of hij dacht nu weer voldoende energie verzameld te hebben om zijn zware en verantwoordelijke taak opnieuw te vervullen.

„Geamuseerd?" vroeg Fetter verwonderd. „Man, ik heb hier gewerkt. En hoe!"

„Gewerkt?" vroeg de man beleefd glimlachend. „Waaraan als ik vragen mag?"