is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Heer, hier is grond en wat het bosch opbrengt."

„Dank je. Hier is geld, waarvoor je een huis kunt bouwen en kleeren kunt koopen." En zich tot den Javaan wendend:

„Hier is aarde en rottan. Bewerk die, opdat ik je loon kan geven."

De Inlander en de Blanke hepen terug naar hun eigen kant onder luid gejubel, geknal en wild gebeuk op de trom. De geest van de brug was verdwenen.

„Krijgen wij nog meer?" vroeg Valenteijn, zich het voorhoofd afvegend. „Ik begin een gezonden dorst te krijgen en vind het hier, zoo op het water, bedenkelijk warm."

„Een oogenblik nog," antwoordde Fetter. „Ze moeten nu eerst nog de karbouwenkoppen begraven in de opritten. Kijk, daar gaan ze al."

Aan weerskanten werden nu de versierde karbouwenkoppen achter een hadji in vol ornaat aangedragen naar de, in de opritten naar de brug gemaakte kuilen, waar zij onder het religieuze ceremonieel, geleid door de hadji's, begraven werden. Toen bracht Fetter den controleur terug. Zooals Valenteijn gekomen was, zoo werd hij nu naar zijn, intusschen versierde, auto geleid. Hij stapte in, reed een zijweg in om kort daarna boven voor de brug weer te voorschijn te komen, de slagboom ging open en onder doodsche stilte reed de auto de brug over. En toen de brug voor deze eerste auto tot aan den anderen oever een veilige weg was geweest, brak er een oorverdoovend gejoel, gefluit, getrommel en geknal los, dat telkens, als er een auto volgde, opnieuw aangroeide tot de meest barbaarsche geluidsvoortbrenging, die maar denkbaar was.

Dornik stond bij den slagboom en moest het verkeer over de brug regelen om overbelasting te voorkomen. Hij had er een verre van makkelijke taak aan, totdat de sersan hem met een paar agenten kwam aflossen. Blij van zijn moeilijke opdracht af te zijn, hep hij, trots als een pauw, de brug over, haalde zijn fototoestel en ging naar de pont. Boeroek, de pontvoerder, was echter verdwenen, nadat hij Fetter weer aan wal had gezet. Terwijl Dornik rondkeek naar iemand, die hem zou kunnen helpen, kwam Habekuk op hem toe.