is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

„Zou jij er bezwaar tegen hebben, dat ik ging trouwen?" begon hij.

Er kwam een glimlach van plezier in Fetter's oogen.

„Zoo, wil je het geval van den zedelijken kant aanpakken? Ook goed. Of ik er bezwaar tegen zou hebben, dat jij ging trouwen? Natuurlijk niet. Ik zou het zelfs fijn vinden. Alleen vrees ik, dat ik je na je huwehjk gauw zou moeten ontslaan!"

„Ontslaan?" vroeg Dornik verwonderd.

„Ja. Ik heb nog nooit een huwelijk meegemaakt, waarbij de vrouw niet baas was. Is het een sterke persoonlijkheid, dan is zij het uit den aard van haar wezen. Is het een doetje, dan is zij het nog veel meer. Er bestaat geen erger tirannie dan van de zwakke vrouw. Nou, en twee bazen tegelijk goed dienen, gaat nu eenmaal niet. Daarbij is de onderneming er niet voor jou, maar omgekeerd. Dus, het belang van de kebon beslist uiteindelijk in het conflict, dat er tusschen je twee bazen moet ontstaan. Ben je aan een vrouw getrouwd, dan kan ik ze niet als een huishoudster van de kebon afzetten. Dus moet ik het jou doen."

Dornik begreep er niets van. Was dat nu de man, die de vrouw zoo hoog schatte? Of was het weer zoo'n bedriegelijke redeneering, waarvan niet te zeggen viel waar de ernst en waar de onzin zat?

„Dus jij bent tegen het huwehjk en je wilt hebben, dat iedereen maar een huishoudster neemt. En. dat, terwijl je het zelf een geluk noemt, dat de Indische samenleving het huishoudsterschap overwonnen heeft. Ik snap er niets van.

„Dan zijn wij het gloeiend eens. Ik snap het zelf namelijk ook niet. Dat wil zeggen, ik weet geen goede oplossing voor het probleem."

„Ik vind het vraagstuk anders nogal eenvoudig. Als ik een meisje ken en ik houd van haar en zij van mij, dan trouwen wij. Wij leven hier toch niet temidden van wilden, waar wij geen blanke vrouw zouden durven brengen? En dan, hoeveel vrouwen, Europeesche vrouwen, zijn er al niet op al die ondernemingen? Heb ik het geluk niet een vrouw te kennen, met

I