is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIX

Het was merkwaardig: er werd door ieder nu meer en harder gewerkt dan vroeger. Het zooveel vlotter verloop van alles zou eerder hebben doen verwachten, dat ieder zijn gemak er wat meer van zou nemen. Het tegendeel was waar, behalve in het hospitaal. Daar hadden zij bijna geen patiënten meer, wel bevallingen.

„Hoe lappen jelui hem dat toch?" had Habekuk al eens geïnformeerd. „Zelfs ouwe uitgedroogde vrouwen worden nu ineens weer vruchtbaar. Is dat soms ook het gevolg van jelui stukwerk?"

En de dokter had aan Fetter gevraagd, wanneer hij ontslagen zou worden wegens gebrek aan werk.

„Bent u dan niet trotsch op de resultaten van uw werk, dokter?"

„Neen, niet in het minst. Ten eerste ben ik hier voor zieke menschen. En nu die er niet meer zijn, of bijna niet meer, ben ik overcompleet. Ik vind het heel niet erg, dat ik salaris krijg voor niets doen, maar wel, dat ik mij hier verveel en dat niets doen niet kan verrichten in een aangenamer milieu. Ten tweede is deze vooruitgang niet mijn, maar uw werk, waar u overigens heel niet trotsch op hoeft te zijn, omdat u alle lastige elementen eenvoudig verwijderd heeft en daarmee mijn patiënten.

Waarmee ik maar wilde zeggen, dat u geen humaan mensch bent. Mij heeft u mijn gehefd werk en dien wezens, die lastig en gevaarlijk waren als gevolg van hun ziekehjkheid, de kans ontnomen om weer gezond te worden."

Het was waar wat de dokter gezegd had. Fetter had geleidehjk al diegenen verwijderd, die met hun stukwerk niet boven hun contractueele loon konden komen. Die menschen bleken de echte hospitaalklanten te zijn, ook de lieden, die telkens onrust veroorzaakten, die eiken avond speelden, hun vrouwen afrosten, die gapten en brutaal waren. Nu er niet meer van die schipbreukelingen waren, bleek hoe duur die menschen waren geweest door hun sterken negatieven invloed, door hun slechte