is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook de dokter had een duit in het zakje gedaan. Toen Fetter met Mattersen in het hospitaal kwam, had deze tegen den dokter den lof gezongen over alles wat hij weer op de ondernemingen gezien had. En toen hij over de hooge loonen begon, merkte de dokter schamper op:

„Een kwestie van hersenen. Hoe meer de leider van een bedrijf daarvan heeft, hoe meer zijn menschen verdienen. En omgekeerd!"

„Dat slaat dan toch gedeeltelijk ook op u, dokter. U heeft als medicus toch zeker den gunstigen gezondheidstoestand geschapen, zonder welken al het andere onmogelijk zou zijn."

Toen was dokter de Heer boos geworden.

„Gelooft u wat u hier allemaal ziet? Ik bedoel, bent u er van overtuigd, dat dit alles werkelijkheid en geen droom is?"

En onder het verwonderd en bevreemd kijken van den arbeidsinspecteur was hij doorgegaan, zich meer en meer opwindend.

„Ik zeg u, dat het niet waar is, dat dit geen werkelijkheid, maar een droom is. Het gematerialiseerde droombeeld van een onmenschelijk mensch, dat niet kan blijven bestaan, omdat de werkelijkheid, de realiteit het niet zal dulden, niet kan dulden. Uit zelfbehoud zal zij het vernietigen, instinctmatig. En die vernieling kan onmogelijk meer lang uitblijven, juist omdat het er meer en meer op gaat lijken, dat dit alles werkelijkheid is, levensvatbaarheid heeft en groeien zal tot iets groots. En als zoodanig meer en meer een bedreiging, een gevaar zou worden voor alle standaardbegrippen, die de mensch zich, ter zelfverzekering, heeft samengesteld."

„Ik begrijp u niet, dokter. U kunt mij toch niet wijs maken, dat het niet waar is wat ik hier zie: de prachtige tuinen, de gebouwen, de wegen, de brug, dit hospitaal, al die opgewekte en gezonde menschen en kinderen, uw lage ziekte- en sterftecijfers, de vele geboorten, die moeten wijzen op rust en tevredenheid. Dat zijn toch zeker niet te ontkennen feiten."

„Nonsens, had dokter de Heer zich driftig laten ontvallen. „U staat onder de hypnose van dezen man, net zoo goed als wij allen hier. Ikzelf, ik doe, zie en zeg dingen, die lijnrecht ingaan tegen mijn verstand. Deze inlanders, die voor mij altijd