is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mijnheer Dornik, ik waardeer het ten zeerste in u, dat u den heer Fetter wilt helpen. Die goede bedoeling op zichzelf is al heel veel waard. Voor hem. Maar bij die bedoeling moet het, jammer genoeg, blijven.

Eigenlijk moet u blij zijn, dat hij zoo werkt. Hij heeft een ontzettenden klap gehad, omdat hij voorvoelt, dat met het wegslaan van zijn brug alles verloren zal zijn. Wij kunnen geen van allen beoordeelen hoe erg hard die klap voor hem is geweest, omdat wij geen van allen zoo diep geraakt kunnen worden. Wij zouden het alleen kunnen afleiden uit zijn reactie. Zijn werken is een vlucht voor geestelijke bewusteloosheid, voor geestelijken nacht. Als hij niet zoo werkte, was hij verloren. Nu bestaat er een kans op herstel, mits zijn lichaam het maar uithoudt. En dat hchaam is sterk ondanks de vele defecten, die het al heeft. Het wordt trouwens in stand gehouden en voortgejaagd door den geest, die per sé niet ten onder wil.

Ik kan mij voorstellen, dat het u beangstigt, want het is iets bijzonders wat u ziet: een held, in den besten zin van het woord, die vecht voor het ideëele in het leven, voor de instandhouding van het ideaal, dat in ons allen leeft en daarom den dood niet acht. Zelfs ik, die hem zijn ondergang bij herhaling voorspeld heb op basis van zuiver logisch redeneeren, ik kijk toe met een spanning, als ik nog nooit gekend heb. Want wint hij, en bij God, ik hoop het, dan kan ik weer gelooven in het leven. Dan vind ook ik weer de kracht om opnieuw te beginnen.

Maar helpen kunnen wij hem niet, omdat het terrein, waarop hij vecht, voor ons onbereikbaar is, omdat de middelen, waarmee hij vecht, ons onbekend zijn. Wij kunnen alleen bereid zijn hem het beste te geven van wat wij hebben. En dat is ons geloof in en onze trouw aan hem."

Veel troost of geruststelling vond Dornik niet in deze woorden. Hij begreep ze trouwens niet of maar heel oppervlakkig. Dat hij den baas trouw was en in hem geloofde, dat was toch iets natuurlijks. Maar overigens! Zij werkten toch zeker allen even hard. En het zou voor hen minstens even erg zijn, zoo niet veel erger, als de ondernemingen gesloten moesten worden.