is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nadat Fetter hem had ingelicht, ging Allanbert, zittende in de auto, voort:

„U gaat deze dagen gewoon uw gang. Begrepen? Als ik u noodig heb, zal ik u wel laten roepen. Ik ben van plan om zelf met de assistenten en het andere personeel te praten en zal het op prijs stellen, als u zich daar niet mee bemoeit." En tegen den chauffeur: „Rijden. Vlug wat!"

Zonder groet reed hij weg. Hem nakijkend, mompelde Fetter, heel wat beter gestemd dan bij de situatie paste:

„Als jij denkt, dat ik morgen mijn ontslag indien wegens je onbeschoft optreden, dan heb je het mis, vader."

En hij ging naar bed en sliep dien nacht zoo goed én rustig als hem al in lang niet overkomen was. Het kritieke oogenblik was er nu en hij wist precies wat hem te wachten stond. Met het verdwijnen van de onzekerheid was zijn zelfbeheersching teruggekomen.

Zooals hem opgedragen was, ging Fetter gewoon zijn gang, alsof er geen Allanbert bestond, al vermeed hij dan ook opzettelijk elke ontmoeting om Allanbert de kans te ontnemen hem als kwajongen te behandelen ten overstaan van zijn ondergeschikten. Hij ging op inspectie op Kajoe Kapoer, keek eens in het hospitaal, controleerde Dornik en nam het werk van Betterman over, opdat die nog een paar dagen tijd zou hebben om in te pakken. Evenmin als tegen Forbes sprak hij met Betterman over hun ontslag, zooals hij trouwens met niemand over Allanbert sprak of over diens aanwezigheid. Wel gaf hij aan de ontslagenen raad in verband met het transport van hun goederen en huisraad naar de dichtstbijzijnde plaats, waar zij vendutie zouden kunnen houden. Ook verder was hij hen behulpzaam, voorzoover zij hulp wilden of noodig hadden.

Volgens de verhalen, die tot Fetter doordrongen, hield Allanbert lange gesprekken met iederen Europeaan afzonderlijk evenals met verschillende leden van het inlandsch personeel. Zijn chauffeur en huisjongen, tegelijk kok, spionneerden links en rechts, maar traden daarbij zoo arrogant op, dat zij in minder dan geen tijd eiken inlander tegen zich hadden. Natuurlijk wekte het optreden van Allanbert onder het volk de noodige