is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poeier werd hij weer goed helder. Intusschen was de post gekomen. Die stuurde hij terug naar het kantoor op één brief na. Of het nu de inhoud van dien brief was of het resultaat van 's dokters medicijnen, dat wist hij niet, maar hij begon zich zoo monter, zoo rustig blij en opgelucht te voelen, dat hij besloot zich overeenkomstig zijn stemming te kleeden. Dat deed hij met zorg en smaak, zelfs de witte anjer in zijn knoopsgat niet vergetend.

En toen hij klokslag drie het kantoor binnenstapte, was het de oude Fetter, die het gezelschap met een geestige tinteling in de oogen glimlachend en joviaal groette. Het was de Fetter van vroeger, zooals geen van hen hem kende. Alleen Helmer had hem wel eens zoo gezien, gedistingeerd gekleed in een, hoewel nu wat te ruim, pak, dat den sierlijken bouw van zijn lenig lichaam accentueerde; de man, die niet grimmig hoefde te worden om te durven, wiens grijze oogen niet alleen dwars door den ander heen keken, maar dien ander ook het onzekere en onaangename gevoel gaven van ietwat bespottelijk te zijn; de waaghals, de roekelooze speler met het leven, de vent met den ijzersterken handgreep, met de zenuwen, die tijdens de hoogste spanning ook nog rustig bleven, maar toch de zwakste verandering in een gespannen situatie terstond registreerden en de eenig juiste daad opriepen. Er was niet de minste rancune nu in hem, alleen de prettig durvende spanning vóór het gewaagde spel.

Allen keken blij verrast op. Er lag trots in hun oogen. Trots, vereering, verwondering, opluchting. Alleen Helmer keek even op en direct weer voor zich. Habekuk stond op, salueerde en groette trots en luid:

„Kolonel!"

„Wat is dat voor een dwaasheid," beet Allanbert hem toe. „Ga zitten en antwoord, als je wat gevraagd wordt."

Habekuk waagde nog een bewonderenden blik in de richting van zijn kolonel en ging zitten.

Allanbert keek Fetter, die nog was blijven staan, met alle verachting aan, die hij in zijn oogen kon leggen.

„Denkt u, dat het een feestdag is vandaag, dat u zich zoo uitgedost heeft?" vroeg hij ijzig koud.