is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote raadsel van den mensch in zijn groei, dat hem bezig hield. Het eeuwige vraagstuk, waarvan hij meende een deeltje te hebben opgelost. Het was het antwoord op den brief van dokter de Heer, dat hij meende gevonden te hebben, dat plotseling geboren was, nog wat onduidehjk en wankel, maar toch voor zijn denkvermogen vatbaar genoeg om een soort van triomfgevoel te doen opkomen. En haar schuchterheid was hem nu slechts een „ave" aan zijn overwinningsgevoel.

„Heb je er wel eens over nagedacht, wat bewustzijn of bewustwording eigenlijk is, Lady? Wij, menschen, nemen in onze verwaandheid aan, dat de stof, steenen, ijzer, water, doodsch is. Dat planten wel leven, maar gevoel noch wat anders hebben, dat op een bewustzijn duidt. De meeste menschen kennen dieren zelfs geen bewustzijn toe, wat mijns inziens onlogisch is en wetenschappelijk waarschijnlijk ook onjuist. Er bestaat genoeg literatuur, waaruit je kunt opmaken, dat het bewustzijn waarschijnlijk bij de stof begint en oploopt langs planten, dieren en menschen. Diezelfde hjn vind je terug onder de menschen zelf. Er zijn er, die niet meer hebben dan het bewustzijn van de stof, die op gelijke hjn zijn te stellen met planten, die precies zoo reageeren als dieren en er zijn menschen. Nog op een andere manier vind je die hjn en wel, als je den mensch volgt in zijn groei van baby tot volwassen mensch. Een baby kan pijn voelen, maar weet niet, dat die pijn hem betreft; dan ontdekt hij zijn voeten, later, dat die voeten bij hem hooren, van hem zijn, dat hij ze willekeurig kan bewegen; als kind van een jaar of twaalf komt hij ineens tot de conclusie, dat hij een op zichzelf staand iets is, dat hij een „ik" is, die zelf iets kan willen, maken, scheppen.

En wat ik nu uit jouw vraagstuk ineens heb begrepen is, dat die hjn van bewustwording niet op een willekeurig moment hoeft te eindigen. Ik bedoel, dat de mensch geestelijk kan bhjven groeien, lang nadat hij lichamelijk volwassen is en daardoor kan gaan begrijpen dat, wat hem voordien volkomen onbekend was; dat hij dingen kan gaan zien, die vroeger niet voor hem bestonden; dat hij dat als onjuist kan gaan aanvoelen wat eens een onvoorwaardelijke zekerheid voor hem was.