is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En terwijl hij den briefin zijn zak stak en naar zijn kop koffie wilde grijpen, maar mistastte, zoodat hij omviel, lachte hij weer.

Bob kwam binnen en groette knorrig.

„Zoo, dronkenlap," antwoordde Fetter. „Zeg, Bob, Habekuk is dood."

„Wel, man, ik condoleer je," weerde Godrich onverschillig af. „Maar wat beteekent die onzin?"

Toen eerst viel hem het aschgrauwe gezicht van Fetter op en diens vreemde blik. Ook zijn vrouw zag bleek, terwijl zij bevend inschonk.

„Fetter, kerel, wat heb je?" vroeg hij verschrikt.

„Och, let maar niet op hem. Hij heeft een slechte tijding gekregen en gedraagt zich nu als een dweil," klonk de stem van Lady, scherp, vlijmscherp.

En Fetter kromp ineen als onder een zweepslag, terwijl de jongens en Bob Lady stom en verwonderd aankeken. Wat zij negeerde, terwijl zij haar gang ging, een beetje overdreven druk doend en angstvallig vermijdend den kant van Fetter uit te kijken. Deze tuurde op zijn bord voor zich, zette het omgevallen kopje recht en veegde met zijn servet de uitgestorte koffie op. Toen zuchtte hij, diep, en richtte langzaam het hoofd op. De vreemde blik was weg. Daarvoor in de plaats was droefheid gekomen en pijn, zoodat en Bob en de jongens van hem weg moesten kijken.

„Inderdaad, Bob, Lady heeft gelijk. - Lady! Mijn saluut en mijn respect."

De spanning was gebroken en langzaam kwam er een meer normale sfeer terug. Bob gaf zich over aan zijn kater en dronk het eene glas water na het andere. De jongens aten stil boterham na boterham. Fetter dronk koffie en wist niet, dat of wat hij at. En Lady verzorgde hen, zonder zelf iets aan te raken, de lippen fel samengeklemd, als zou ze direct gaan huilen.

„Ga je nou weg, oom?" vroeg Arend, die al een tijdje had zitten draaien en die stilte niet langer verdragen kon.

„Neen," antwoordde Fetter, terwijl het hem lukte te glimlachen. „Ik blijf", totdat jelui vacantie om is. Vandaag gaan wij een reuze wandeling maken."