is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar jij zit er aan vast, Fetter."

„Fijn," antwoordde deze plichtmatig.

Het was voor hem een wilde mengeling van geluiden, stemmen, licht en muziek, waartusschen telkens opdook het steeds ondeugend en spottend lachende gezicht van Lady en brokstukken van allerlei onzinnige verhalen. Met uiterste wilsinspanning trachtte hij een goed begeleider voor haar te zijn en in te gaan op haar dartel spel. Pas de champagne bij het soupertje, dat hij haar aanbood, maakte zijn glimlach wat minder wrang.

Maar toen hij in bed lag, alleen was en zich kon laten gaan, was hij ten prooi aan de grootste wanhoop en ellende. Het gaf hem niets of hij zichzelf een lammeling noemde, het vergif moest zijn wreed en pijnigend werk doen. De pil heeft gelijk, dacht hij nu, waarvoor dit allemaal te dulden? En wüd en kreunend gooide hij zich heen en weer. Wat doe ik hier nog? vroeg hij zich af. En toen kwam het besluit 's morgens vroeg weg te gaan. Ik wil niet meer, ik kan niet meer. Het is toch nutteloos. En zich indenkend hoe hij het doen zou, kwam hij wat tot rust, zoodat hij tegen den ochtend insliep om een paar uur later met een gil wakker te schrikken. En terwijl hij nog verwilderd lag rond te kijken, zich met beide handen krampachtig vastklemmend aan zijn bed, hoorde hij Lady de trap opvliegen. Dat bracht hem meteen tot rust, zoodat hij op haar kloppen en haar angstige vraag of hij geroepen had, zelfs opgewekt kon antwoorden:

„Nee, hoor! Ik ben direct beneden."

Over den brief werd niet meer gesproken en aan Fetter werd niet meer dan gewone aandacht gewijd. Zoo kreeg hij de gelegenheid zich, althans uiterlijk, geheel te herstellen. En op denzelfden dag, dat de jongens weer naar school gingen, brachten Bob en zijn vrouw hem naar den trein. Want toen hij weer uit zijn verdooving ontwaakt was, was hem het eerst, en nu duidelijk zichtbaar, datgene in Lady haar blik opgevallen, wat hij er per sé niet in wilde zien. Bob had zich met tientallen argumenten verzet tegen zijn vertrek, maar zij had gezwegen. En toen haar man er bij haar op had aangedrongen hem te helpen, had zij geantwoord: