is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Fetter heeft een goeden klap gehad. Daar moet hij zoo gauw mogelijk overheen. En dat bereikt hij het vlugst door zooveel mogelijk afleiding te zoeken. Ik hoop alleen, Fetter, dat je mij schrijven zult, als je weer beter bent. Wie weet, wat ik nog kan leeren uit jouw zelfoverwinning."

Onderweg waren alle drie erg stil geweest. Maar Lady had letterlijk geen woord gezegd.

„Dag, Fetter," zei zij aan den trein, zonder hem aan te kijken, zelfs zonder hem een hand te geven. En meteen keerde zij zich om en ging weg.

„Nu zie je hetzelf hoe zij het land er aan heeft, dat jij zoo gauw weggaat. Datje het ook nooit leert! Want dat is het natuurlijk weer. Je bent te verlegen om met Lady alleen te blijven, nu de jongens naar school zijn," mopperde Godrich. En hij bleef nog even praten om dan, op aandringen van Fetter, hem toch maar alleen te laten en zijn vrouw achterna te gaan.

En toen Fetter een week later met Dornik op een koelen avond onder de boomen van een grooten dierentuin naar een soms jubelende, dan weer klagende viool luisterde, doorleefde hij die heerlijke en later zoo moeilijke dagen opnieuw. En hij dacht, ja, zij had gelijk. De gemeenschap stoot iemand niet uit om hem zijn vrijheid te geven, maar om hem te dwingen aan haar eischen en wetten te voldoen. Dat geldt ook voor haar. Zij zal zich aanpassen. Maar hoe? En zal zij er haar levensvreugde bij houden? Toen zweeg de viool. En Dornik vroeg of hij nog wat van de anderen gehoord had.

„Van dokter de Heer niets. Cok heeft een of ander baantje, Forbes is voorzichtig aan het potverteren, Betterman probeert het met op- en verkoop van boschproducten. Helmer is weer verschrikkelijk verliefd, nadat hij bij Allanbert is geweest, die hem de deur heeft gewezen, omdat hij niets met een verrader te maken wilde hebben en Habekuk is dood.

„Habekuk dood?" schrok Dornik. „God, daar zou ik om kunnen grienen. Zoo'n trouwe en goeie kerel."

„Ja, een edel mensch, die in den besten zin van het woord een nuttig leven heeft geleid."

Toen vertelde Fetter hem van den brief, terwijl Dornik

24*