is toegevoegd aan uw favorieten.

Het begon met Napoleon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BEGON MET NAPOLEON

„Nu dadelijk?"

>Ja"

„Prachtig. Dan ga ik ook mee, als je het goed vindt! „Manlief, je boft; dat kan je eerste zaak van betee„kenis worden. Proficiat! Ik dacht, dat het alleen „maar een kermisvechtpartijtje was. Vermoedens?"

„Nog niet."

„O, daar is Mil al met zijn fotorommel," sprak Vermeer, toen de politiefotograaf bepakt en beladen met zijn apparaten binnen kwam.

„Moge heeren. Werk aan de winkel?"

„Ja Mil en je zult er van smullen, jong! Je mag „dadelijk roepen: Vive 1'Empereur!"

Mil, een wat oudachtig, dor mannetje, lachte even.

„Ik zal maar niks roepen en alleen maar foto„grafeeren, meneer Vermeer."

„Gelijk heb je. Nou heeren, maar ik zie dat de „wagen voor staat."

Even later reden de drie politiemannen naar het Centrale Ziekenhuis en weldra stopten ze voor dat gebouw, waarna ze vlug uit den wagen sprongen. ^

„Dat lijk is zeker al binnen gebracht, Brinkman?" vroeg Vermeer, die den portier wel kende.

„Jawel, meneer Vermeer en ik zou U namens de „dokter meedeelen, dat het voorloopig is opgebaard „in kamer 56. Rechtdoor, de gang in, de hoek om „en dan de derde deur. Hier heeft U de sleutel," en hij overhandigde dien aan Vermeer.

„Alsjeblieft, collega," zei Vermeer met een hoffelijk gebaar den sleutel aan Bunt gevend. „Het is „uw zaak!"

Bunt glimlachte even; ze liepen door de lange