is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste maal, dat zij er over nadacht, wat voor sóórt jongen hij eigenlijk was.

Zij zag hem daar zitten, bleek en nerveus, in een toestand van onrust, die haar medelijden wakker riep. Iedereen in de zaal keek naar hem, maar niemand had medelijden met hem, dacht ze. Als hij straf verdiende kon hij er toch werkelijk niets aan doen, naar haar gevoel.

Ja, hij had Pauwe met een mes gestoken, het was waar, daarvoor stond hij terecht, maar hij had dat toch niet met opzet gedaan ? In elk geval vond zij hem geen boosdoener. In zijn schuwe, nog jongensachtige houding, zooals hij daar, vóór haar in zijn bank oprees, omdat uit den donkeren achtergrond van de zetels de rechters binnentraden, door den deurwaarder met zijn zware stem aangekondigd als : „De Rechtbank 1", zag zij het hulpelooze van iemand, die geen uitkomst ziet. Dit trof, van alles wat zij dien morgen had ondergaan, het diepst haar gemoed. En slechts met al haar aandacht kon zij zich dwingen nu en dan even van Rouke vandaan, te kijken naar de plaats, waar Gerrit-Jan zat.

Rouke was zich nauwelijks bewust het middelpunt der belangstelling te zijn ; het verlammend gevoel van zijn machteloosheid was grooter dan zijn resolute waarnemingszin. De weken van het voor-arrest, de opsluiting en het meedoogenloos isolement hadden hem, den vrijen vogel van rivier en polders, neergeslagen. Bij oogenblikken kwam zijn gewone onverschilligheid terug, maar de dingen om hem heen en vooral het verlies van zijn bewegingsvrijheid, sloopten zijn brutale