is toegevoegd aan je favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar dicht naar zich toe op den stillen singel en kuste haar.

„We moeten volhouden samen."

„Nee Gerjan, dat is niet vol te houden als het lang duurt. Dat weet jij ook wel." Zij keek hem onafgebroken aan.

Hij zweeg, als had hij plotseling iets van haar ernst begrepen. Zij beheerschte zich tot het uiterste, maar haar gelaat werd zeer bleek.

„Laten we liever over wat anders praten," vroeg ze.

Maar de jongen viel uit, als tegen een onzichtbaren toehoorder :

„Wat moeten we dan beginnen ? Er is niets aan te doen 1"

„Stil nu maar, misschien komt er nog een kans."

Haar stem klonk dof, zonder innerlijke overtuiging. Maar zij kon hem niet zonder troost laten, al was 't een troost uit 't ongerijmde.

Toen zocht ze naar afleiding.

„Vertel nu eens wat over jezelf, hoe het is in 't nieuwe huis, en is je werk naar je zin ?"

Hij scheen haar maar half te hebben verstaan. Om hen heen was de eenzaamheid van den singel : een asphaltweg met twee rijen hooge boomen en een oude gracht, waarin volop waterplanten groeiden. Het was het vertrouwde aanzien van de dagelijksche omgeving, onder den zachteren zonneschijn van den namiddag en met de bijzondere romantiek van een dag vol emoties. Zij liepen hier niet als vreemden, deze omgeving was identiek aan die van het rivierdorp ; alleen hadden ze