is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Weg ? Waarheen wil je dan ?" Zij verschrok minder van dit voornemen, dan hij gedacht had. Onvoorzien moest hij nu antwoorden — waarheen ?

„Naar Rotterdam denk ik." Het viel hem in, omdat hij er kort geleden geweest was met den teekenleeraar, naar de kristal-expositie en verder de stad in. Er was geen enkele bepaalde reden om er heen te gaan, zoomin daar als elders had hij een vaste kans op een eigen bestaan, voorloopig. Hij was midden in zijn studietijd, wat wilde hij nog beginnen ?

„Naar Rotterdam," zei Elsje, „dat is alvast een heel stuk dichter in de buurt. Maar hoe wil je jezelf daar redden ? En ze kunnen je toch terug laten halen, zoolang je niet meerderjarig bent ?"

Zij was vergeten hoe zij een gevoel van afkeer tegen Rotterdam gehad had, sinds hij er den vorigen keer geweest was, dien Zaterdagmiddag. In de beproeving van de laatste weken was dit gevoel haar ontgleden, ongemerkt en onbewust. Nu hij een uitweg zocht in deze richting, bleef er niets over van haar tegenzin tegen Rotterdam.

„Als ik er maar eenmaal zit, halen ze me niet meer weg."

„Je kunt er immers niet blijven, als je ouders het nu niet goedvinden ?"

„Als ik er een goed kantoor vind, zullen ze 't wel goed moeten vinden."

„Alleen kunnen wij dan toch nog niet veel bij elkaar zijn "

„O meid, 't scheelt een heel stuk, of je in Friesland