is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwarbaarheid voor zich zag en een oogenblik de macht gevoelde, die er verscholen moest zijn in de regelmaat, waarmee toch alles geschiedde, zag hij ook opeens zijn eigen leven — met alle daden en gebeurtenissen, die het tot een bijna onoverzienbaar warnet gemaakt hadden, waaruit hij zelf niet veel meer wijs kon worden. Het werd bestuurd, dat wist hij ; zoo had hij 't hooren zeggen, zoo had hij 't ook op school geleerd. Maar wat was daar ooit van te begrijpen geweest ? Nog nooit had hij, als in dat oogenblik : begrepen en gevoeld, dat dit hoogere bestuur geen toeval was, maar naar een vaste orde bepaald moest zijn, ook voor zijn leven.

Hoe was 't ook anders mogelijk geweest, bedacht hij toen, dat het met die rechtspraak zoo goed was afgeloopen ? Het had een ramp voor hem kunnen worden — maar inplaats daarvan was alles zóó geschikt, dat hij er nu nog eer op vooruitging.

Want zonder het voor-arrest zou hij Mr. Actrobius in elk geval niet hebben ontmoet en zonder hem zou hij nu niet onderweg geweest zijn naar den pater, die hem een heel nieuwe toekomst kon bezorgen. Ook hij stond op den tweesprong : achter hem de oude weg, van zijn leven in 't dorp, die hij maar zoo wat afgesukkeld was, zonder er zijn best op te doen ; alles was hem daar onverschillig gebleven, behalve de rivier. Hier lag de nieuwe weg, vóór hem, die hem naar deze stad leidde, naar de schepen, naar de zee — het eenige bekende hier was gelukkig weer : de rivier.

Opeens waren al deze gedachten afgebroken; de