is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De boot wordt schoon gemaakt op 't oogenblik. Over een paar weken varen we."

„Ik weet het nog secuurder ; over drie weken en twee dagen. De schuit doet er dit keer lang over, maar ze heeft op de laatste reis, zooals we hier zeggen, een leelijken oplazer gehad. Daar bof je mee, nu heb je mooi den tijd om het even aan te kijken hier. Heb je alles al, wat je op zee hebben moet ?"

„Nog niet."

„Maken we van de week gelijk in orde voor je. Zeg verder maar Rikus tegen me."

Er kwam nu een groepje mannen binnen, ruige, doorwaaide kerels.

„Vijf pils ober!"

„Believen de heeren er niet een klein, malsch hoentje bij?" antwoordde de buffetchef ironisch op dit commando. Bier was alles wat ze er krijgen konden, de pater wilde de café's geen concurrentie aandoen op dit punt; onze attracties zijn van een andere soort en minstens zoo verleidelijk, had hij bij de opening tegen zijn eerste publiek gezegd.

„Schenk nou maar in1." riep een tweede stem naar 't buffet met gemaakten ernst — „en breng de hoentjes maar bij den volgenden gang."

De woordenstrijd zou nog wel voortgezet zijn, als op dit moment de aalmoezenier niet binnen gekomen was.

„Patertje luister eens," schetterde een stem uit het middên van 't lokaal, nog voor iemand had kunnen groeten, — „patertje, pas op je kinderen 1 De twee