is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

negertjes, je weet wel Joe en Jim, zijn vanavond weer binnengeloopen 1"

Voor pater Vrolijk hier iets op zeggen kon, klonk het uit een anderen hoek :

„Is die ouwe rotboot waar ze op zaten, nou nog niet naar den kelder ? Die gaat ook mee tot den jongsten dag 1"

„Wat was 't ook weer voor een salon-jacht ?" vroeg een derde.

„Een Griek natuurlijk, de „Aldagrebados", je weet wel, die lekke doos," hervatte de eerste spreker, „hij ligt op 't oogenblik een lading zwavel te lossen."

Eerst toen kon ook de pater iets zeggen.

„Zijn de jongens den wal al op?"

„Kan zijn pater, laat 's kijken, om half zes hadden ze de Griet aan de boei liggen en 't is nou half negen, ja die trekken er nog wel tusschen uit."

„Die gaan wel door naar Magere Willy in 't Molentje," riep een ander lachend.

„Niks hoor," kwam Rikus er tusschen, „een paar van onze jongens zijn er al op af."

„Wie?" vroeg de pater.

„Ik geloof haast Dries en Toontje, ik hoorde ze er tenminste over praten. Een zwavel-bootje, zei je toch, was 't niet?" wendde hij zich tot den eersten berichtgever.

„Ja, een helle-boot."

„Dan is het die; ze zouden ze opwachten. Maar ze zullen eerst wel mee gaan een borrel drinken, want anders is 't niet goed."