is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„We zullen zien wat er opdaagt," besloot de aalmoezenier.

Rikus kwam weer bij Rouke zitten, het lokaaltje was inmiddels bijna vol gekomen, in het achterzaaltje, waar de pater heengegaan was, klonk al een tijdlang het stooten van biljartballen tegen elkaar. Het oude restant van wat in vroeger dagen een kranig biljart geweest was, maakte den rijkdom van de Hemelzaal uit. Omdat Rouke de helft van het debat over de negers niet begrepen had, verklaarde Rikus het hem nader.

„Jim en Joe zijn een paar neger-stokers, die hier een heel enkelen keer in de haven komen. Zij zijn bij ons laatste Kerstfeest geweest en de pater heeft er toen voor gezorgd, dat ze een kaart meekregen voor alle havens, waar zooiets als wij hier doen, gevestigd is. Als ze ergens aan wal gaan en ze laten die kaart zien, dan kan bij wijze van spreken iedereen ze binnen vijf minuten terecht helpen. Je voelt wel, dat ze dan zoo gauw niet in vreemde handen vallen en dat weten ook de negers best te waardeeren. Soms nog beter dan Europeanen ! Er zijn er maar weinig, die beslist met een dollen kop den grond in willen gaan. Nou ze hier weer zijn, moeten wij ze ook weer te pakken zien te krijgen, dan kunnen we gelijk kijken, hoever ze 't met hun kaart gebracht hebben, want die wordt overal afgestempeld, als ze ergens bij ons aanlanden. Daarom zijn er direct een paar lui van hier naar die zwavelschuit gegaan, toen we bericht kregen dat ze binnen waren. Onze menschen houden van de kaai af een oogje in 't zeil en als ze de vlet van boord zien komen, trekken