is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze daar meteen op af. Nou gaan ze eerst gewoonlijk den een of anderen kastelein spekken, daar is nu eenmaal niets aan te doen, ze willen natuurlijk die zwaveldamp eerst wegspoelen. Maar dan gaan onze jongens altijd mee en de kroegbazen weten dan wel, dat het er bij eentje of twee kleintjes blijft. En dan komen ze hier naar toe."

„Maar dan zullen de caféhouders hier jullie liefst den nek wel omdraaien!" bracht Rouke ertegen in.

„Durven ze niet, beste jongen. Als ze kwaad willen, hebben wij den heelen havenkant op onze hand. Dan gaat den anderen dag al alles wat er komt naar den buurman toe; daar behoeven wij ons nog niet eens druk voor te maken, dat doet het volk hier uit zichzelf al als 't iets merkt van dien aard! Maar ze houden wijselijk hun gemak wel, de kroegbazen. Er wordt immers toch genoeg verdiend, nu 't steeds drukker wordt in de havens 1"

Op dit oogenblik kwamen twee mannen binnen, die gevolgd werden door drie negers en een kleinen, lichtbruinen jongen. Van alle kanten werden ze begroet met omhoog gehouden glazen : „Ah Dries, ah Toontje! Well Jimmy! Good evening boy's !"

„Goeienavond, goeienavond! Halloh, old boy's!" klonk het terug, terwijl de aangekomenen door de drukte schoven tot bij den aalmoezenier, die kwam toegeloopen met een lachend: How do you do !

Toen wendde hij zich tot Dries:

„Wie hebben we hier verder, behalve Jim en Joe?"

„Dat is nog een neger die Jef heet en dat jongetje