is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de hand liggende daad geweest. Hij schreef nu eenmaal niet vlot en makkelijk. Aan Elsje Katrina : dat ging nog, het was als een soort voortgezet gesprek met haar, dat hij in zijn brieven hield, al waren ze dan ook kort van stof. Maar aan Rouke, met wien hij geen nauwer contact gehad had, dan tijdens hun gezamenlijke roeitochten, zou hij zeker zoo gauw geen brief geschreven hebben, zonder bepaalde noodzaak. Het kwam eigenlijk alleen door een brief van Elsje Katrina aan hem, dien hij den vorigen dag ontvangen had en waar hij verder geen raad mee wist. Hij moest bij iemand zijn hart luchten ; het was voor een deel aan het toeval te danken, dat hij zich daartoe tot Rouke wendde. Want hij moest nog altijd diens bericht van zijn verhuizing naar Rotterdam beantwoordden, zoodat dat nu in eene moeite door gegaan was.

Met een paar vragen over de aankomst en zijn ondervindingen in Rotterdam begon dan ook de brief, die Rouke na zijn eerste bezoek aan de „Hemelzaal" bij zijn thuiskomst had gevonden. Maar door den verderen inhoud overtrof het epistel ditmaal in lengte alle vorige brieven, door Gerrit-Jan ooit aan iemand toegezonden. Het waren acht kantjes vol, één groote jeremiade over de streken van Volvers tegenover Elsje en haar vader :

„Zij schreef me — zoo vervolgde hij — dat de boer nu pas goed bezig is in 't dorp. Hij heeft haar vader de laatste weken op alle mogelijke manieren dwars gezeten. Dan was dit niet in den haak, dan klopte dat weer niet, verder deugde daar weer niets van ; er zat geen gang meer in de zaak, met alles waren ze veel