is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn winkelwaren grootendeels aan het toeval overliet.

Dat was allemaal te veranderen en te verbeteren vond Rouke en met een flinke streek verf zou het ook een heel eind op te halen zijn. Als Elsje er eenmaal was, zou zij er verder ook wel raad op weten. Hij verbond verder geen verwachtingen aan haar komst; het was hem voldoende, dat zij goed en wel in de buurt zou wonen, evenals vroeger in 't dorp. Na elke reis zou hij haar kunnen zien en opzoeken, zij waren nu eenmaal goede bekenden geworden.

Het kwam niet in hem op, diepere verlangens aangaande haar nabijheid te koesteren ; de nadering van zijn vertrek met de „Agatha" nam daarvoor te zeer zijn innerlijkste wezen in beslag. Maar er was toch onder alles in zijn hart een ongeweten begeerte naar haar aanwezigheid, die als hij er een verklaring voor had moeten vinden, licht iets van zijn ware gevoel voor haar geopenbaard zou hebben.

Zij, Elsje Katrina, had aan Rouke nog steeds niet geschreven, behalve dan een eerste antwoord op zijn brief over de zaak op 't Noordereiland. Naar Gerrit-Jan zond zij trouw antwoord op eiken brief, die ze van hem ontving, van haar had hij 't heele verhaal van den uitkoop van haar vader vernomen en dat er kans was, dat ook zij naar Rotterdam zouden vertrekken. In een van haar brieven had zij hem ook de groeten van den werkmeester, zijn vroegeren leeraar gedaan ; zij was er niet een heelen avond geweest, nu de schikkingen in huis en winkel zooveel tijd vereischten, maar een