is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit over de kade. Het afscheid van zijn maats aan den kant, was kort geweest; Rikus en Toontje waren even mee naar de boot gekomen vanmorgen. Zij hadden den vorigen avond geholpen om zijn plunje en verdere spullen aan boord te brengen; toen hadden ze nog even met den kok zitten praten, die al op 't schip was.

Hij was er dien morgen al vroeg weer heen gegaan, na een kort afscheid van zijn moeder, die weer eventjes van streek raakte, maar er verder vrede mee had. Kort nadat hij aan boord was, arriveerde de rest van de bemanning: stokers en matrozen, de bootsman was er al eerder. Van machinisten, stuurlieden en kapitein bespeurde hij niet veel; het was voor hem direct aanpakken geweest, de bootsman had hem door een der matrozen laten aanwijzen wat hij te doen had en hoe 't gedaan moest worden. De overigen hielpen aan de ruimen en bij 't aftuigen, verder moesten ze den boel dadelijk dicht gooien zoodra een ruim geheel klaar was.

Om twaalf uur was er voor de mannen niet veel meei te doen geweest, er waren er nog enkelen vlug den wal op gegaan, zoogezegd voor noodzakelijke inkoopen. Rouke had niets meer noodig, maar hij ging toch ook mee.

Nauwelijks echter was hij een honderd meter van de boot vandaan, of hij zag zijn vader aankomen met Elsje Katrina en Gerrit-Jan. Volkomen overrompeld ging hij naar hun toe.

„Zoo," begon zijn vader, „hebben we je net nog getroffen! Je had me zeker niet meer verwacht?"