is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weer kon hij er zóó geen antwoord op geven. Maar het antwoord kwam tegelijk van achter hem; Elsje was binnen gekomen met thee. Zij hoorde wat zijn vader vroeg.

„Gerjan kan voor zijn werk en voor zichzelf hier in Rotterdam blijven, maar ik wil niet, dat hij het doet om mij."

„Neen," antwoordde zijn vader daarop, „dat doet hij ook niet, althans voorloopig nog niet; ik zal hem hier laten om werk te vinden naar zijn zin."

Later in den avond, toen zij een eind opwandelden in de richting van den linkeroever, vroeg de jongen het aan Elsje:

„Waarom wilde je niet, dat ik om jou hier bleef?

„Om je moeder niet, en om nog iets."

„Wat dan?"

„Omdat ik wel bij jou hoor, maar jij je nog niet aan mij moet binden."

„Waarom niet?"

„Omdat wij elkaar nu pas goed kunnen leeren kennen."

Hij wist daarop zoo gauw niets terug te zeggen. Voor 't oogenblik was alles in orde; hij had geen zorg meer behalve dan voor een betrekking. Het leek hem beter de laatste woorden van Elsje maar onbeantwoord te laten; er was niets in dat verontrustend klonk. Of toch?

Zijn vader was in gesprek gebleven met den kruidenier, toen zij wandelen gingen — die twee hadden voorloopig stof genoeg, na alle gebeurtenissen van den laatsten tijd. Maar zelfs bij deze gedachte kon Gerrit-