is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jan de vrees niet van zich afzetten, dat zijn vader ook spreken zou over Elsje en hem en hun omgang in de komende jaren, die toch veel minder zeker was geworden, dan in 't dorp, voor enkele maanden. Komende jaren.... hij voelde een wrevelig besef van zijn onmondigheid. Hoeveel van die jaren zouden zij door moeten komen, eer het voorgoed iets zou kunnen worden tusschen hen ?

Het was Elsje weer die zijn gedachten onderbrak.

„Wanneer kom je me weer halen, morgen?"

„Natuurlijk, morgenmiddag vroeg maar weer. En dan zal ik zien, dat ik de volgende week een paar keer 's avonds kan komen."

„Moet je dan niet leeren, 's avonds?"

„Zoolang ik nog geen baan heb, kan ik ook op den dag aan mijn lessen werken."

„Denk daar nu aan: werk en lessen eerst, dan wij samen pas."

„Wat ben je opofferend1."

,,'t Is voor je bestwil."

„Goed, meid, ik zal 't onthouden. Misschien kom ik nu eiken avond."

Nog was er geen einde aan den dag, toen zij terugkeerden, voor het eerst iets blijmoediger dan in vele weken; zij waren toch nu weer bij elkaarl Een nieuwe verrassing lag er bij Elsje thuis: haar vader had in het avondblad een advertentie gevonden voor Gerrit-Jan. Op een kleine, pas gebouwde fabriek voor vliegtuigen in de buurt van Waalhaven, werden jonge teekenaars gevraagd. Er zou promotie te maken zijn, maar voor-