is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk. Maar voorloopig zal er toch wel niets van komen. Ze laten me heusch wel achter de teekentafel 1"

Zij vertrokken van 't vliegterrein; terug naar de stad gingen ze met de bus, die bij 't hek stilhield en snel volliep. Zij zaten op de achterbank, dicht bij elkaar; op het syncopisch rhythme van de bus voelden zij een jolige deining in hun bloed. Het was alsof alles dansend rondzweefde om hen heen, licht in zijn hoofd voelde de jongen zich en ook Elsje ondervond er een zachte bedwelming door. Deze verbondenheid in de snelle beweging door het woelige verkeer van den zomerschen Zondagmiddag, riep in hen een jeugdigen overmoed wakker; zij stapten niet uit bij de brug op 't Noordereiland, maar reden mee met de bus tot aan het eindpunt op den Diergaardesingel. Over den drukken Coolsingel wandelden zij toen terug, de Vischmarkt voorbij, de Leuvehaven langs aan den rechterkant, waar zij elk oogenblik door de stegen de herrie van den Schiedamschen Dijk konden hooren. Bij het kadehoofd, waar de ferry voor de Lijn lag, bleven zij uitkijken over het gevlekte rivierwater, dat flitsen van het tegenlicht uit de spiegelende ramen aan den overkant opving.

„Daar staat ons huis!" riep Elsje opeens; over de volle breedte van den achtergevel lazen zij in de witheid van versche verfletters het groote woord: Petroleum.

Verdergaand wandelden zij langs de kade naar 't veer. Bij de reeling zaten ze, gedurende den korten overtocht; achter hen golfde het glinsterend water. Er rees een herinnering in de gedachten van den jongen, aan een tocht met de veerboot over de rivier, nog geen