is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat kan uitkomen 1 Een van de beste in Spanje."

„De menschen zijn er ook erg vriendelijk."

„Dat zijn de Basken allemaal, het is een goed, vreedzaam volk."

„We zijn er een paar keer aan wal geweest, ik ben ook nog naar 't zeemanshuis gegaan."

„Meegevallen ?"

„Ja, 't was er even gezellig als hier."

„Kom je vanavond nog even langs de Hemelzaal ?"

„Maar ik moet vroeg weg, pater."

„Dat hindert niet, dan kom je maar vroeger. Niet 1 ?"

Rouke stond er dien avond al te wachten nog voor Rikus er zelfs was. Wel kwamen er enkele andere matrozen van de „Agatha" aanzetten. Ze vroegen of hij ook al ging hemelen, het waren een paar jonge kerels uit Zeeuwsch-Vlaanderen ; zij kwamen alleen in 't clubhuis wanneer 't verlof tusschen twee reizen van de boot te klein was om naar huis te gaan. Hij beantwoordde de vraag luchtig, het werd een klein gesprek dat zij hielden, wederzijds vertrouwelijker dan hun gesprekken op de boot. In Bilbao was hij al eens met een hunner den wal op geweest, naar 't zeemanshuis ; het is een geluk dat er zooiets voor ons te vinden is, had deze toen gezegd, je hebt er eigenlijk een mooi vast huis aan, hoe klein of 't ook is.

Toen Rikus aankwam, zwaaide deze al van verre en riep hij Rouke toe :

„Zoo kruisvaarder, heb je veel Mooren gezien en verslagen ? 1 In Spanje, dat schoone land ? 1"

„Je ziet niet veel meer van Mooren in Bilbao," ant-