is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weten hebt, ga je er maar gerust over boomen met hem. Hij haalt je er wel weer overheen 1"

„O maar dat is wat ze bij jullie biechten noemen 1"

„Ja, wat vind je daar voor vreemds aan ?"

„Ik zou 't nooit durven."

„Alles wat je biecht blijft geheim, daar hoef je nooit bang voor te zijn. Maar je kunt er 't beste zelf eens met den aalmoezenier over praten ; hij kan je dat allemaal beter uitleggen, dan ik."

„Ben jij dan niet bang om alles te biechten ?"

„Ik doe 't elke veertien dagen, van school-af-aan al. Je doet het eerst omdat je eraan gewoon bent, later merk je vanzelf wel, dat het een heel goeie instelling is. En het is voor ons een der Sacramenten, je kunt het niet meer missen, als je er eenmaal alles van weet. Vooral hier aan de haven."

„Ja, dat kan zijn."

„Je vraagt het maar eens, als je den pater weer tegen 't lijf loopt, wanneer hij boot-op, boot-af aan 't klauteren is."

,,'k Ga eerst er vandoor, ik moet nog naar Elsje Katrina thuis. We boomen nog wel eens."

„Ajuus, doe ze in den „Wildeman" de groeten van me. Er is nog eer vriend van je uit Friesland gearriveerd."

„Gerrit-Jan. Ik heb hem al gezien, toen we uit Rotterdam vertrokken."

„Hij i.i hier aan den kant gebleven."

„Voorgoed ?"

„Denkelijk wel. Groetjes hoor 1"