is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over naar de Passage en kwamen door de drukke Korte Hoogstraat op de Blaak.

Langs het advocaten-kantoor gaande, waarboven hij zijn intrek had genomen, dacht hij eraan dat hij nog een boek van haar had liggen. Ze konden het gelijk wel meenemen, vond Elsje, en in een plotseling verlangen om als troost voor den avond, even met haar alleen te kunnen zijn, vroeg hij haar om mee te gaan naar boven. Zij aarzelde niet, haar eenige opmerking was: Heel even dan....

Zachtjes gingen ze de trappen op; Rouke's ouwelui waren gewend vroeg naar bed te gaan. Onder het klimmen nam zijn opwinding snel toe; zij was nog nooit op zijn kamertje geweest.

Langzaam volgde ze hem; op het portaal bleef hij wachten, om haar voor te laten gaan; zij stootten in 't donker tegen elkaar aan en Elsje lachte er zacht om.

Snel deed hij de deur achter zich dicht en draaide het licht aan; toen liep hij achter haar heen naar het raam, om de gordijnen dicht te trekken. Daarna ging hij terug, hij zag dat ze bij de tafel stond, met een brief in de hand.

„Die lag hier," zei ze, „een brief voor jou, uit Friesland."

„Uit Friesland?" was zijn eenige vraag. Hij kreeg eens in de week een brief van zijn vader en beantwoordde dien trouw. Eergisteren had hij er nog een ontvangen; hij werd opeens onrustig, dit was een bijzonder bericht. Gejaagd opende hij den omslag, zonder er eerst voor te zorgen, dat Elsje kon gaan zitten.