is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eigenlijke verlangen naar een jongen, naar Gerjan was ontwaakt.

Zoo was zelfs een oogenblik de vraag in haar opgekomen, die zij vroeger nooit voor mogelijk zou hebben gehouden: of zij 't zou kunnen uithouden, zonder hem, zoolang hij in Friesland zou moeten blijven?

Lang had zij er niet over nagedacht, haar gevoel gaf er het antwoord op, dat een jonge vrouw zonder vergissing kan verstaan: wanneer hij wegging zou zij het eenzaam hebben, maar niet zoo, dat het ondragelijk was. En met een logica, die zeldzaam bij een meisje, maar dan ook dikwijls des te zekerder is, redeneerde zij in haar gedachten er op voort: hoe meer zij hem zou binden, hoe zwaarder 't zou zijn voor hun beiden, wanneer hij moest vertrekken. Zij hield van Gerrit-Jan, onherroepelijk en met heel haar hart, maar het was toch beter, wanneer zij elkaar bij een nieuwe scheiding geheel vrij lieten. Later konden ze altijd nog weer zien — want ook voor hem zou 't niet gemakkelijk zijn, als hij weer in Friesland zat, steeds de gedachte te hebben: Elsje zit op me te wachten.... Dacht zij daarbij soms aan iets anders, aan een andere mogelijkheid voor haar verlangens — halfbewust, zooals in een phantasie, maar toch: zoo nu en dan? Dacht ze aan Rouke? Aan wien anders nog ?

Weer wonnen het haar gedachten van haar twijfel en argwaan jegens zichzelf : het zou nog waar kunnen zijn, indien zij aan Rouke of aan een ander meer had, dan aan Gerrit-Jan. Maar Rouke was immers ook telkens op zee, ver-weg van haar ? Hij was haar beste vriend ver-