is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereldburgers tegen al het kwade te behoeden. Onder Timboel's slaapplekje ligt ook nog een platte, uit bamboereepen gevlochten bak met afweermiddelen: een kam, een spiegeltje, een zakje krulden, een spijker, een naald, een scherf, een bakje met ongekookte rijst, een ei en een paar centen. Naast Timboel's moeder ligt een dolk. Als Pak Djojo voor alles heeft gezorgd, hurkt hij, zijn gasten even in den steek latend, tevreden bij zijn deurpost neer en denkt: „Nu heb ik twee zoons, die mij en mijn vrouw kunnen verzorgen, als de tijd gekomen is, dat wi] beiden te oud zullen zijn om nog zelf den kost te verdienen."

Allah is hem goed gezind. Pak Djojo is tevreden met zijn erfje met enkele vruchtboomen, zijn bescheiden woning, zijn hard werkende vrouw en zijn zoon van een jaar of tien, die al wat meeverdient. Weliswaar werden hem nog twee zoons geboren, die Allah hem ontnomen heeft, maar nu heeft Timboel, het kleine, nog eenigszins blanke menschenkmdje, de gemoederen in beweging gebracht en iedereen, zelfs Nènèk, de oude grootmoeder, aan het werk gezet.

Schuifelende voetstappen storen Pak Djojo in zijn overpeinzingen. Het is Nènèk. Ze heeft het druk gehad dien dag. De reeds gehouden eerste slamatan, het offermaal, werd door haar bereid.