is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeggegeten, wordt het tijd voor Baboe, om naar haar werk te gaan. Haastig neemt zij van hem afscheid en geeft hem de kroepoeks, die ze nog bewaard had. Ze weet, dat hij er lang mee spelen zal, zich verlustigend in de mooie kleuren, voor hij ze opeet.

Nog een laatsten blik werpt ze op het bruine enkeltje. Tot haar geruststelling hangt de tijgertand nog op zijn plaats, tusschen de roode kralen van het kettinkje. Voor tijgertanden zijn de kindergeesten bang. Ook de bezem, die hen moet afschrikken, staat bij de deur.

„Wees zoo zoet als suiker!" roept ze hem toe, haar slendang over den schouder slaand. En hem aan Nènèk's zorgen toevertrouwend loopt ze, sirih kauwend, naar haar werk.

Op straat is het druk. Tallooze koelies begeven zich naar de fabriek om de nachtploeg af te lossen. Lange rijen, met rietstokken beladen lorries worden door onwillige sappies en droomerige karbouwen knarsend over de rails voortgetrokken. De voerders doen de zweepen knallen boven de logge dieren, om hen tot snelheid aan te sporen. Uit de fabriek klinkt het dreunend rumoer der werkende machines.

Eenige koelies doen vrijwel vruchtelooze pogingen, de centimeters dikke stoflaag op den uitgedroogden